Hoogbouw: tussen narcisme en noodzaak

De komende jaren zal er in Nederland veel moeten worden bijgebouwd. Er wordt zelfs wel eens gesproken van een ‘nieuwe woningnood’, refererend naar de naoorlogse wederopbouwperiode. Met name in stedelijke gebieden is de vraag naar woningen de laatste jaren zo toegenomen, dat de prijzen de hoogte in zijn geschoten. ‘Nu de gebouwen nog’, aldus veel architecten, stedebouwkundigen en planologen. Verdichting versterkt de agglomeratievoordelen, en bovendien zal geconcentreerd wonen op hoge dichtheden bijdragen aan de aanstaande duurzaamheidstransitie, zo wordt er gedacht. Waar wachten we nog op?

Dit artikel is geschreven door Jorn Koelemaij, hoofdredacteur van onze partner AGORA magazine. Onlangs kwam het AGORA-themanummer over ‘Hoogbouw’ uit. Hou de website hiervoor in de gaten. Hierop kan een aantal artikelen gratis gelezen worden en kan het gehele nummer besteld worden.

De stad van de toekomst
Vraag basisschoolkinderen om de stad van de toekomst te tekenen, en waarschijnlijk krijg je zonder uitzondering impressies van Dubai-achtige steden vol met hoge concentraties aan hoogbouw. Ook film- (denk aan Blade Runner of I, Robot) en gamemakers (denk aan Deus Ex) en (grafische) kunstenaars laten zich in dat opzicht niet onberoerd. De ‘city of the future’ wordt steevast afgebeeld als een plek met ontelbare, duizelingwekkende hoge torens.

Dit futuristische beeld benadert op verschillende plekken op de wereld reeds de werkelijkheid. Tijdens recente reizen naar onder meer Turkije, China en India zag ik met eigen ogen hoe grootschalige, monotome vastgoedontwikkelingsprojecten uit de grond worden gestampt. Hoge – vooralsnog veelal leegstaande – woontorens zover het oog reikt. De rondvliegende auto’s ontbreken er nog net aan. Staat ons dit lot ook te wachten? Is dit echt het gewenste beeld van ‘de toekomst’?

Functiemenging en ontmoetingen
Terug naar Nederland, terug naar het hier en nu. Waar er tijdens de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw nog een heilig geloof was in functiescheiding (denk aan Amsterdam Nieuw-West of de Bijlmermeer), is men het er inmiddels redelijk over eens dat dit in de 21e eeuwse context een achterhaald idee is. In de huidige ‘cognitief-culturele’ stedelijke economieën, zo wordt veelal beredeneerd, is het juist van groot belang dat hoogopgeleide kenniswerkers elkaar ontmoeten in zogenaamde third spaces. Op die manier kunnen netwerken worden uitgebouwd die uiteindelijk zouden moeten leiden tot innovatie en de verbetering van de internationale concurrentiepostie van een stad.

Deze op economische argumenten gebaseerde theorieën staan dan ook centraal in de roep om meer metropoolvorming, en dus om meer hoogbouw. In de geest van de Amerikaanse beleidsgoeroe Ed Glaeser en zijn Nederlandse vertolker Zef Hemel, klinkt bovendien regelmatig dat Amsterdam wel de hoogte in móét bouwen, om zodoende ook de middenklasse voor de stad te kunnen blijven behouden. Ook op deze website werd het omarmen van hoogbouw, onder het mom van ‘Yes In My Backyard!’, een jaar geleden uitbundig gepropageerd.

Voor en door wie?
Het klinkt allemaal inderdaad overtuigend. Om Amsterdam en andere populaire steden in de Randstad toegankelijk te houden voor starters en middeninkomens moeten er snel en veel nieuwe appartementen komen. Daarbij zorgt hoogbouw er ook nog eens voor dat omliggende natuurgebieden zoals Waterland in tact kunnen worden gelaten, en dat het aanleggen van leidingen en openbaarvervoersnetwerken op efficiëntere wijze kan plaatsvinden.

Toch zit het sleutelwoord hem juist in deze zo gewenste toegankelijkheid. In de 215 meter hoge Zalmhaventoren die momenteel in Rotterdam gebouwd wordt,  variëren de prijzen van een woning van circa 360,000 euro tot een slordige 2 miljoen. Dit past binnen een bredere trend van recent opgeleverde torens in Europese steden: áls er hierin al rekening gehouden wordt met mensen met een smallere beurs (om sociaal-ruimtelijke ongelijkheid niet te ver uit de hand te laten lopen), dan moeten deze soms een aparte ingang van het gebouw gebruiken om bij hun lager gelegen appartementen te komen.

Hedendaagse hoogbouw wordt vooral gekenmerkt door luxe en comfort, en vormt het uithangbord van steden die willen aantonen mee te hollen in de internationale rat race om buitenlandse investeringen en hoofdkantoren van grote internationale bedrijven. Aangezien de overheid een stap terug heeft gedaan als het gaat om structuurvisies en stedelijke ontwikkeling, lijken we steeds meer overgeleverd te zijn aan de (belangen van de) private sector. Dit kan mogelijkheden bieden, maar houdt ook risico’s in. De vraag waar het veel meer over zou moeten gaan is hoe wenselijk het is om vastgoedontwikkeling over te laten aan de, altijd aan conjunctuur onderhevige, vraag en aanbod van de markt.

Er moeten dus woningen bij in Nederland, en hoogbouw kan daar inderdaad een belangrijke rol in vertolken. We moeten daarbij echter waken voor kortetermijnvisies en de soms wat narcistische neigingen van architecten en planners. Stel dat we Amsterdam-Noord en Weesp nu inderdaad volplanten met glimmende torens: in hoeverre gaat dit dan de belangen dienen van de toekomstige generaties? Blijft de stad de komende 50 jaar echt nog zo in trek als dat ze nu is? En hoe zorgen we ervoor dat we niet per ongeluk belanden in een scenario van ‘hoogbouw met hekken er omheen’, waarbij de elite veilig en hoog uittorent boven het ‘uitschot’ in de omliggende buurten en regio’s?

Er zijn zowel vanuit ons eigen verleden als vanuit het buitenland genoeg voorbeelden van zowel mislukte als geslaagde hoogbouw. Het moge duidelijk zijn dat hoogbouw altijd zorgt voor levendige discussies, en dat het een debat is met veel verschillende dimensies. Hoogbouw kan zeker bijdragen aan de duurzame en inclusieve stad van de toekomst. Hiervoor moet het debat over de mogelijke kansen èn valkuilen echter wel op kritische wijze gevoerd blijven worden.


Ben jij al #GEOGRAAF? Voor slechts 15 euro word je een jaar lang #GEOGRAAF (abonnee) en help je het platform uit te breiden. Je krijgt er onder andere exclusieve interviews en een katoenen tas voor terug. Meer info vind je hier.


Jorn is als promovendus in de Sociale en Economische Geografie verbonden aan de Universiteit Gent, en is hoofdredacteur bij AGORA Magazine. Onlangs kwam het AGORA-themanummer over ‘Hoogbouw’ uit. Hou de website hiervoor in de gaten. Hierop kan een aantal artikelen gratis gelezen worden en kan het gehele nummer besteld worden.

Heb je een vraag voor Jorn? Vraag zijn contactgegevens aan via onderstaand formulier.

Foto: Jurre van Kuijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s