Where science meets world: een kijkje in de keuken van National Geographic

‘Je zult hier lang niet altijd schrijven over typisch geografische onderwerpen’, zei Aart Aarsbergen – hoofdredacteur van de Nederlandstalige editie van National Geographic Magazine – na afloop van het sollicitatiegesprek. Het tijdschrift met het bekende gele kader omvat meer dan alleen geografische thema’s. En zo ‘national’ als de titel doet beweren, is het merk eigenlijk ook niet. Tegenwoordig bereikt National Geographic Society, de non-profitorganisatie achter het tijdschrift en het televisiekanaal, wereldwijd zo’n 730 miljoen mensen verspreid over 172 landen in 43 talen.

EersteNG

De hoofdredacteur had gelijk. De afgelopen maanden schreef ik als redactiestagiair bij het tijdschrift geen papers over onderwerpen als gentrification en stedelijke ontwikkeling, maar journalistieke artikelen over een databank op Spitsbergen en een app die je met planten laat praten. Desondanks delen National Geographic en de wetenschappelijke geografie een belangrijke interesse: die voor de wereld om zich heen. In hun benadering en doelgroep mogen ze dan van elkaar verschillen, maar het uitgangspunt is ongeveer hetzelfde.

De wig
Ron Johnston (2009) noemt dat ‘de wig’ tussen de populaire en wetenschappelijke geografie: twee richtingen binnen de geografische discipline die in de loop der jaren uit elkaar zijn gegroeid. De afgelopen maanden kwam ik op een heel andere manier in aanraking met geografie dan ik was gewend tijdens mijn studie.

Zo werd het visuele aspect veel belangrijker. De simpele plaatjes die ik in papers gebruikte, dienden vooral als adempauze tussen de lange lappen tekst. Een leuke onderbreking, maar inhoudelijk voegden de afbeeldingen vaak weinig toe. In het magazine van National Geographic speelt beeldcommunicatie juist een belangrijke rol. Een goed verhaal is onbruikbaar zonder goede foto’s en andersom. Niet alleen tekst is een middel om een verhaal te vertellen, foto’s, kaarten en tabellen zijn dat net zo goed.

Plastic zakjes
De vraag die me de afgelopen maanden het vaakst is gesteld, is hoe National Geographic Magazine aan onderwerpen komt om over te schrijven. De meeste grote artikelen in de Nederlandse editie worden vertaald uit het Engels door een externe vertaler. Vervolgens worden de vertalingen doorgestuurd naar de Nederlandse redactie die ze grondig redigeert, verduidelijkt en aanpast aan de Nederlandse context. Een artikel waarin wordt gesproken over een verbod op plastic zakjes in Californië is voor de Nederlandse en Belgische lezer oninteressant. De redacteuren passen een dergelijke passage aan. Kennen Nederland en België een soortgelijk verbod, dan wordt dat in het artikel verwerkt.

NG3
De redactie van National Geographic Magazine. Daarnaast worden hier National Geographic Traveler en Historia gemaakt. Bron: Kevin van Huët.

Daarnaast worden er ook eigen verhalen gemaakt, soms door freelancers en soms door de redactie zelf. Voor het bedenken van onderwerpen lijken de meeste redacteuren een soort zesde zintuig te hebben; het kost ze weinig moeite om over een saai onderwerp een leuk artikel te schrijven. Daarnaast hebben de redacteuren een uitgebreid netwerk. Schrijven ze een artikel over het uitdijende heelal, dan zijn er altijd wel een sterrenkundige die zich graag laat interviewen om meer informatie over het onderwerp te geven. En zo is het lijntje naar de wetenschap vaak dun.

Toch is National Geographic Magazine bovenal een tijdschrift dat mooie verhalen aan de man brengt en mensen net weer op een andere manier naar een situatie of regio laat kijken. De insteek is misschien anders dan in een wetenschappelijk artikel, maar ook National Geographic laat je steeds een beetje meer van de wereld om je heen zien en begrijpen. Al bijna 130 jaar.


Ben jij al #GEOGRAAF? Met dit abonnement krijg je een aantal extra diensten én een speciaal voor ons ontworpen katoenen tas voor slechts 1 euro per maand. Meer info vind je hier.

Omslagfoto: Greyloch (Flickr, cc).

Literatuur: Johnston, R. (2009) Popular geographies and geographical imaginations: contemporary English-language geographical imaginations, Geojournal 74 (4): 347 – 362.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s