De geograaf in de maatschappij: toen, nu en later

Wat is precies sociale geografie en wat kun je ermee worden? Regelmatig krijg ik deze vraag en heb ik grote moeite daarop een antwoord te formuleren. Daarin ben ik vast niet de enige. Het leidde tot DEGEOGRAAF.com, bedoeld als antwoord op die vraag. Maar hoe is de geograaf geworden tot wat hij anno 2017 is?

Ons vakgebied: sterk onder invloed van de tijd             
De sociale geografie als wetenschap is voortdurend aan verandering onderhevig. Steeds meer en meer zelfs. Reden voor Ben de Pater om in zijn boek ‘De ontdekking van de geografie’ (2014) de geschiedenis van het vakgebied onder de loep te nemen. In dit artikel beroep ik me grotendeels op dit boek, dat ik geïnteresseerden overigens ten zeerste kan aanbevelen. Publicist en grondlegger van de economische geografie Henrik Blink ging de Pater al voor door in 1900 in het populairwetenschappelijke tijdschrift ‘Vragen van den Dag’ terug te blikken op de sociale geografie. Hij noemde de negentiende eeuw ‘de eeuw der vernietiging van afstanden als geen ander’ en ‘het tijdperk der verandering van plaats als geen ander’. Uitvindingen als de trein, de tram en het stoomschip maakten afstanden ineens overbrugbaar. Ook informatie kon gemakkelijker gedeeld worden dankzij telefoonnetten en telegraaflijnen. Plaatsen raakten hierdoor minder geïsoleerd en sterker met elkaar verweven. Het is duidelijk dat de eeuw die erop volgde, met revolutionaire uitvindingen als de auto, het vliegtuig en het internet, dezelfde titels kon overnemen die Blink de voorgaande eeuw gaf. Het moet bovendien wel heel raar lopen als we deze titels in de huidige eeuw niet weer over kunnen nemen, gezien de komst van smartphones en sociale media. Reizen naar en contact maken met andere plaatsen wordt steeds goedkoper en is in steeds meer gevallen zelfs gratis dankzij diensten als WhatsApp en Skype.

Geen eenduidige discipline     
Het concept ‘sociale geografie’ leidt onder ‘niet-geografen’ nogal eens tot verwarring. Het is geen wetenschappelijke discipline waarvan de inhoud voor iedereen duidelijk is, zoals bij geneeskunde of rechtsgeleerdheid. Laat staan dat zij het kunnen definiëren. Dit valt voor sociaal geografen zelf echter ook niet mee: het laat zich niet gemakkelijk in een paar zinnen samenvatten. Toch moeten de folders van de opleidingen sociale geografie en planologie een poging doen. Zoals deze van de Universiteit Utrecht: ‘’Sociale geografie en planologie gaat over de bewoonde wereld, een wereld die door mensenhanden is ingericht. Je leert hoe dit gebeurt en wat voor invloed dit heeft. Je ontwikkelt een visie op actuele maatschappelijke vraagstukken door het maken van heldere analyses en het formuleren van beleid. Je houdt je bezig met onderwerpen als de samenhang van wonen, werken, verkeer en vervoer, de planning van nieuwe woongebieden in de buurt van grote steden, of de wereldvoedselproblematiek in ontwikkelingslanden. Een sociaal geograaf doet onderzoek naar de relatie van de mens met zijn omgeving (begrijpen); een planoloog kijkt naar de toekomst en maakt vooral plannen en beleid (ingrijpen).’’

Eind negentiende eeuw: het begin van de academische discipline     
De negentiende eeuw markeerde het begin van de geografie als academische discipline. C.M. Kan werd in 1877 de eerste hoogleraar geografie aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder genoemde publicist Blink vond de wereldwijde integratie reden om eind 1900 de Nederlandse Vereniging voor de Economische Geografie op te richten. Hij pleitte er tevens voor om er een zelfstandig specialisme van te maken op de universiteiten. Parijs had al veel eerder iets vergelijkbaars. Al in 1821 ontstond daar de Société de Géographie de Paris, het eerste geografische genootschap ter wereld. In 1876 werd deze uitgebreid met de Société de Géographie Commerciale. Blink was zeker niet de enige die pleitte voor meer geografische universitaire opleidingen in deze periode. De vraag ernaar werd steeds groter, vooral met het doel om docenten aardrijkskunde op te leiden. Deze werden namelijk nodig geacht om te profiteren van de expanderende wereldhandel. Ook de oorlogen in deze roerige tijden maakten de geografie een vak dat ertoe deed. Geografische kennis van een slagveld werd van levensbelang geacht: kennis van het reliëf en de ondergrond, het klimaat, de locatie van zoet (drink)water, voedsel en de bevolking. Om deze (trieste) redenen leidde de Eerste Wereldoorlog tot een sterke uitbreiding van het aantal universitaire opleidingen in de geografie. Het duurde echter tot na de Tweede Wereldoorlog voordat de opleidingen zich ook buiten Amsterdam en Utrecht vestigden. Ook Groningen en Nijmegen kregen een opleiding sociale geografie.

Na de Tweede Wereldoorlog: nieuw maatschappelijk draagvlak   
Waar maatschappelijke krachten als nationalisme en kolonialisme de opkomst van geografie als universitaire discipline begin twintigste eeuw stimuleerden, verdwenen deze stuwfactoren na de Tweede Wereldoorlog volledig. Ongeremd nationalisme bracht ellende en kolonialisme verloor vanzelfsprekendheid. Internationale samenwerking kwam daardoor hoger op het vaandel. Daarnaast was de verzorgingsstaat in opkomst. Ten tijde van de wederopbouw werd het idee van ‘de maakbare samenleving’ in de praktijk gebracht. Dit had zijn weerslag op de sociale geografie, inmiddels een erkende wetenschappelijke discipline. Het kreeg een nieuw maatschappelijk draagvlak, met name door een opkomend belang van ruimtelijke planning en regionaal beleid. Door de actieve taak van de overheid in ruimtelijke organisatie werden veel lokale, regionale en nationale organisaties voor sociale, economische en ruimtelijke planning opgericht. Hierin vonden veel geografen vervolgens werk, waardoor het vakgebied steeds dieper in de samenleving geworteld raakte.

Eind twintigste eeuw: aandacht voor het afwijkende 
Aan het einde van de twintigste eeuw werd duidelijk dat de decennia van stabiliteit, orde en overzicht voorbij waren. De wereld was na de Koude Oorlog niet meer te verdelen in westerse, communistische en ontwikkelingslanden; Nederlanders waren niet meer te ordenen naar zuilen. Leefstijl en identiteit werden erg belangrijk. Ruimtelijke ordening verloor hierdoor overzichtelijkheid. In de sociale geografie raakten algemene theorieën zoals die van Christaller uit de mode.

Christaller
De theorie van Christaller, oftewel de centrale-plaatsentheorie (uit 1933). Volgens de Duitse geograaf Christaller is er een verband tussen de grootte van een centrale plaats en de grootte van het verzorgingsgebied. Hoe groter de plaats, hoe groter de verscheidenheid aan voorzieningen. Zo zal een dorp nooit een universiteit of concerthal hebben.

De geograaf zocht niet meer naar algemene wetten: juist het afwijkende krijgt de aandacht. Zo is er weer een focus op de individuele regio of stad. Ook case studies en kwalitatief onderzoek raakten hierdoor in opkomst. De meeste sociaal geografen namen in de jaren ’50 de natuurwetenschappen tot voorbeeld, waarbij hypothesen afgeleid uit theorieën getoetst worden. Kwalitatief onderzoek werd gezien als iets voor journalisten (waar niets mis mee is overigens). In de loop van de jaren ’80 wonnen kwalitatieve onderzoeksmethoden echter aan populariteit. De mens werd niet meer gezien als informatieverwerkend systeem, maar als een levend wezen met emoties, twijfels en verlangens. Die laat zich niet vangen in standaardenquêtes met voorbepaalde antwoordmogelijkheden.

2017: de cijfers
Vandaag de dag beginnen er ruim 500 studenten per jaar aan de bachelor sociale geografie en planologie. Dit kan op vier universiteiten in Nederland: op de Universiteit Utrecht (218 eerstejaars studenten in het collegejaar 2015-2016), de Radbouduniversiteit Nijmegen (110), de Rijksuniversiteit Groningen (108) en de Universiteit van Amsterdam (99). Uit cijfers van de vier opleidingen blijkt dat 89 procent van de eerstejaars studenten vervolgens doorstroomt naar het tweede jaar. Driekwart van de starters mag binnen vier jaar een bachelordiploma in ontvangst nemen. Daarna krijgen de geografen de kans om zich te specialiseren middels een master. De meest gebruikelijke keuzes hiervoor zijn economische geografie, ontwikkelingsgeografie, stadsgeografie, culturele geografie, politieke geografie of de overkoepelende master sociale geografie. Het overgrote deel hiervan is Engelstalig. Ook zijn er een aantal onderzoeksmasters die in tegenstelling tot de meeste masters twee jaar duren.

Afgestudeerd: en nu?
Landelijk gezien vinden geografen gemiddeld na 2,7 maanden een betaalde baan. Dit kan van alles zijn: fulltime of parttime, binnen of buiten het vakgebied. Meer dan de helft (54 procent) van de studenten vindt binnen anderhalf jaar na een master werk ‘op niveau’ binnen het vakgebied. Dat blijkt uit cijfers die de opleidingen op hun website publiceren. Maar wat worden geografen dan precies? Ook dat laat zich moeilijk samenvatten. Een greepje uit de studiefolders leert dat je als ontwikkelingsgeograaf in onderzoeks-, beleids- en managementfuncties aan de slag kunt bij non-profit organisaties, de overheid en de private sector; als stadsgeograaf ben je breed inzetbaar binnen zowel publieke, semi-publieke als private organisaties, zoals onderzoeks- en adviesbureaus, woningcorporaties, projectontwikkelaars, ministeries en gemeenten; als economisch geograaf ga je aan de slag als specialist in de bedrijfsmatige benadering van maatschappelijke vraagstukken, veelal bij onderzoeks- en adviesbureaus, bedrijven en overheden. Volg je het nog?

DEGEOGRAAF.com: het platform voor geografen         
Om de keuzestress te verlichten heb ik na mijn master samen met vriend en studiegenoot David Crabbendam dit platform opgezet. We voelden afgelopen zomer zelf het zwarte gat van afstuderen: wat weet ik en wat kan ik nou eigenlijk? De website besteedt aandacht aan de verhalen van jonge geografen, zodat de opgedane kennis en ervaring niet verloren gaat – en zodat een ander er wellicht wat van kan leren. Toen het steeds lastiger werd om wekelijks artikelen te blijven publiceren (ik begon fulltime te werken als nieuwsredacteur bij het Vastgoedjournaal en David begon tegelijkertijd met zijn stage bij de gemeente Utrecht) zochten we naar versterking. Die vonden we gelukkig. In februari kwam Kevin van Huët bij de redactie en deze maand Iris Voorwerk. En natuurlijk zijn we altijd op zoek naar gastredacteuren. Laat van je horen!

Jej! Over de 600 likes op facebook en een hoop nieuwe ideeën voor de website🙌🏻 #geograaf

A post shared by DEGEOGRAAF.com (@degeograaf) on

De toekomst: een steeds grotere rol voor de geograaf 
Ik verwacht dat de rol van de geograaf in de toekomst alleen maar groter wordt. Met een alsmaar toenemende populatie in een land waar ruimte al schaars is, almede een wereld die dankzij globalisering tegelijkertijd gemakkelijker en gecompliceerder wordt, neemt het aantal geografische vraagstukken alleen maar verder toe. En daarmee uiteraard ook de intensiteit ervan. Denk bijvoorbeeld aan het schreeuwende tekort aan middeldure huurwoningen, het vluchtelingenvraagstuk, de verkeersdrukte in de Nederlandse binnensteden, de toenemende tegenstelling tussen groei en geluidsoverlast van Schiphol of het leeglopen van de grensregio’s. Gedegen onderzoek is daarom nodig en geografen zijn daartoe in staat. Neemt niet weg dat niet-geografen het vakgebied waarschijnlijk ook in de toekomst niet zullen kunnen definiëren, maar wat doet dat ertoe als het werk van de geografen ondertussen wel diep in de samenleving verweven is?


Ben jij al #GEOGRAAF? Met dit abonnement krijg je een aantal extra diensten én een speciaal voor ons ontworpen katoenen tas voor slechts 1 euro per maand. Meer info vind je hier.


Dit artikel verschijnt later deze maand in het themanummer ‘Stedelijk verzet’ van onze partner Agora Magazine. Weten wat de komende themanummers zijn? Bekijk ze hier. Ook kun je eerdere uitgaven op de website bestellen.

Literatuur: De Pater, B. (2014) De ontdekking van de geografie: sociale geografie als wetenschap. Utrecht: Perspectief Uitgevers.     

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s