Het ‘metropolisme’ van Amsterdam: een vloek of een zegen?

Amsterdammers lijken steeds meer in hun eigen ‘filterbubbel’ te leven. Het is daarom een veelgehoorde kreet in de publieke opinie, dat Amsterdammers denken dat alles om de hoofdstad draait. Wat in de rest van Nederland gebeurt lijkt er voor hen niet toe te doen. Is de weerstand tegen Amsterdamse arrogantie terecht? Is het namelijk niet zo dat de rest van Nederland juist gebaat is bij een succesvolle hoofdstad? Of gaat Amsterdam ook langzamerhand aan haar succes ten onder? Kortom, is het metropolisme in Amsterdam een vloek of juist een zegen?

Dit en meer werd afgelopen vrijdag besproken tijdens het Nationaal Geografisch en Planologisch Symposium, wat jaarlijks in een van de thuissteden van de vijf studieverenigingen wordt gehouden. Dit jaar was het thema ‘The Ever-Changing Metropolis’ en werd het symposium geheel toepasselijk in de historische Amsterdamse binnenstad gehouden.

Centralisatiedrang
Ondanks de schijnbare afkeer van de gemiddelde Nederlander voor de hoofdstad is er wel degelijk een landelijke trend gaande waarin Amsterdam steeds meer als middelpunt komt te staan van wat tegenwoordig als delta-metropool wordt gezien: Nederland als één grote stad. Deze ‘centralisatiedrang’ komt volgens professor Zef Hemel voort uit de Haagse centrumpolitiek. Het ontstaan van metropolisme onderbouwt hij door middel van tien concrete voorbeelden. Een van de meest treffende is de invoering van de OV-chipkaart. Een dergelijk vervoerssysteem zie je normaal gesproken enkel in wereldsteden als Londen en Parijs. Omdat Nederland echter steeds meer wordt gezien als een grote stad wordt het systeem hier landelijk ingevoerd.

Presentaties bij het Nationaal Geografisch en Planologisch Symposium.

Nog treffender voor de schijnbare afkeer van de rest van Nederland tegen Amsterdam zijn twee andere voorbeelden die Hemel noemt. Allereerst het feit dat de provincie Noord-Brabant zich steeds meer profileert als onderdeel van de delta-metropool. De verplaatsing van het hoofdkantoor van Philips van Eindhoven naar Amsterdam was een duidelijk signaal van de aantrekkingskracht van de hoofdstad. Mede daarom wordt de provincie Noord-Brabant door middel van het bestuurlijk netwerk ‘BrabantStad’ steeds meer geprofileerd als spreekwoordelijke buitenwijk van de metropoolregio Amsterdam.

‘Holland City’
De ‘Holland City’-strategie, waarmee Nederland door NBTC Holland Marketing gepromoot wordt als één grote stad, is ook treffend voor het feit dat heel Nederland wil meeprofiteren van de aantrekkingskracht van Amsterdam. ‘Holland City’ houdt in dat toeristen beter moeten worden verspreid door middel van een fictieve metrokaart van Nederland. Op deze kaart worden Nederlandse steden aan elkaar verbonden op basis van een bepaald thema. Zo is er bijvoorbeeld een ‘Mondriaan-Dutch design lijn’, een ‘Bloemenlijn’ en een ‘Waterlandlijn’ langs steden die met het betreffende thema te maken hebben. Omdat de regio Twente in opstand kwam over dat zij niet vertegenwoordigd waren op deze kaart is daar zelfs nog een ‘liberation lijn’ aan toegevoegd, die onder andere langs Aalten en Holten loopt. Zelfs Twente wil dus in feite onderdeel zijn van de metropoolregio Amsterdam.

nbtc_kaart_nl-klein
Spreidingsstrategie door middel van een fictieve metrokaart van Nederland. Na protest van de regio Twente is er ook een ‘Liberation Route’ toegevoegd.  [Bron: NBTC.nl]

Amsterdam Beach
Martin Bekker, die vanuit het Platform Regionaal Economische Structuur verbonden is aan de organisatie Metropoolregio Amsterdam, beschrijft ook de aantrekkingskracht van de naam Amsterdam als het op marketing aankomt. Als onderdeel van het spreidingsbeleid van de MRA zijn het Muiderslot en Zandvoort aan Zee voor toeristen omgedoopt tot ‘Amsterdam Castle’ en ‘Amsterdam Beach’. Volgens Martin Bekker heeft dit bij het Muiderslot in ieder geval geleid tot een bezoekerstoename van 30%. Ook beschrijft hij dat de rest van Nederland juist blij moet zijn met een economisch goed functionerende hoofdstad. ‘Elke Euro die wordt geïnvesteerd in Amsterdam leidt bij wijze van spreken nog tot een kwartje winst in Oost-Groningen. Andersom is dit nu eenmaal niet het geval.’

Elk kantoor in Amsterdam?
Er is echter ook een keerzijde aan het succes. Martin Bekker beschrijft bijvoorbeeld dat er binnen de metropoolregio, van IJmuiden tot Lelystad, veel leegstand van kantoorruimte is omdat bijna elk bedrijf in Amsterdam gevestigd wil zijn. Daarentegen is er in de hoofdstad bijna geen (betaalbare) vierkante meter kantoorruimte meer te vinden. Daarnaast wordt Amsterdam in de strategie van de MRA steeds meer gezien als stad om te werken en de omliggende steden, zoals Almere, om te wonen. Tot 2040 moeten er in de MRA 250.000 nieuwe woningen komen, waarvan binnen Amsterdam slechts 70.000 (op de paar schaarse inbreidplekken die in de stad nog niet ontwikkeld zijn).

Toenemend toerisme
Egbert van der Zee (assistent professor aan de Universiteit Utrecht) beschrijft een andere keerzijde van de aantrekkingskracht van Amsterdam: het toenemende toerisme. Ondanks het hierboven beschreven spreidingsbeleid dreigt het toerisme in Amsterdam Venetiaanse vormen aan te nemen. Waar de vergelijking tussen Amsterdam en Venetië vroeger was gebaseerd op de pracht en praal en het vele water is die parallel nu vooral gebaseerd op de monocultuur en de vele rolkoffers. De weerstand tegen het toerisme groeit na Venetië ook in Amsterdam, waarbij vooral AirBnB als grootste boosdoener wordt gezien. Volgens Egbert van der Zee zijn het echter vooral dagtoeristen die zorgen dat de stad langzaam zijn identiteit verliest. ‘Dagtoeristen komen alleen voor de highlights en hebben soms geen idee waar ze eigenlijk zijn. Ze vormen de onderklasse van het toerisme. In Venetië is het letterlijk voorgekomen dat mensen vragen wat de sluitingstijden van het centrum zijn en of ze op het San Marcoplein konden parkeren.’

Omslagpunt?
De drang naar metropolisme kan zowel voor Amsterdam als voor de rest van Nederland een zegen zijn. Op basis daarvan kan heel het land namelijk meeprofiteren en dragen we naar buiten toe uit dat we er als klein landje toe doen. Amsterdam lijkt echter ook een omslagpunt te bereiken met betrekking tot leefbaarheid. Daarom is het van belang dat de druk op de stad niet omslaat in een negatieve spiraal. Deze discussie kabbelt dus nog wel even voort. Dat het vraagstuk serieus wordt genomen is in ieder geval een goed teken. Zeker door de jonge generatie geografen en planologen die op dit Symposium aanwezig waren.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s