Logboek van een lifter: ‘Een onvermijdelijk spel van vooroordelen’

Het is donderdagochtend 10:30 en het is ijskoud. Kristien en ik komen aan bij de liftersplek in Amsterdam-Oost met een bordje met ‘BREDA’ erop geschreven. De ene na de andere auto trekt flink op na de grote rotonde bij het Amstelstation en rijdt ons met grote snelheid voorbij. Sommige bestuurders gebaren een subtiele ‘nee, sorry’. Dat geeft toch een soort van voldoening: ze gaan blijkbaar niet de goede kant op of hebben geen plaats voor ons, maar erkennen ons bestaan tenminste wel.

We besluiten na een kwartier onder ‘Breda’ ook ‘Utrecht’ te schrijven. Zo lang we de snelweg naar het zuiden maar op komen komt het wel goed, beredeneren we. Met deze kou gaan we ook uit van de factor medelijden die in ons voordeel is.

10:50 | Vijf minuten na het aanpassen van ons bordje stopt er een auto. Het is een jonge dertiger op weg naar een afspraak in Breda. ‘Ik denk niet dat mijn vriend er heel blij mee is dat ik lifters meeneem,’ zegt ze. ‘Maar ik rijd hier zo vaak langs en heb ze altijd al eens willen meenemen.’ Het blijkt zowel voor haar als chauffeur als voor ons als lifter de eerste rit ooit. Er komt een heel interessant gesprek op gang als we over afstuderen beginnen. Zij studeerde af in de crisis en vertrok daarna naar Jakarta, waar ze via de Nederlandse community ter plaatse een baan vond. Daarna werkte ze nog voor een multinational in Singapore, waar ze tijdens een vakantie in Thailand haar huidige vriend ontmoette. Omdat hij in Dubai ging werken, besloot ze hem achterna te reizen en daar ook te gaan werken. Ze vond het wonen er echter niets. ‘Alleen leuk als je van overdadige luxe en shoppen houdt. Verder is er geen gezellige sfeer, zoals hier.’ Inmiddels is ze twee jaar terug in Nederland.

12:00 | We vragen of ze ons af wilt zetten bij een tankstation ten noorden van Breda. De eerste de beste man die we daar vragen waar hij naartoe rijdt antwoordt dat hij naar de buurt van Brussel gaat voor een afspraak. En we mogen mee. Hij vertelt dat hij zelf al vanaf zijn twaalfde liftte en dat liften vroeger veel gewoner was. Nu zou hij liever niet zien dat zijn zoon en dochter van respectievelijk 16 en 17 hem na zouden doen. Aangekomen op de ringweg van Antwerpen buigt hij af naar het oosten, wat we door onze boeiende gesprekken niet direct doorhebben. Het is niet de route die we vooraf voor ogen hadden, maar we zien al snel dat ook deze route perspectieven biedt.

13:10 | We stappen uit bij het knooppunt Lummen, waar we op een oprit van de snelweg naar Brussel en Leuven gaan staan. Nog geen vijf auto’s passeren ons of we worden al meegenomen door een vrouw uit het plaatsje Diest, twintig kilometer verderop. Tijd om even een broodje te eten nemen we amper, want stel je voor dat die ene perfecte rit voorbij gaat terwijl je je duim niet in de hoogte hebt. Deze vrouw heeft net haar zoontje afgezet bij een basketbalwedstrijd en gaat nu terug naar huis. Ze vertelt dat er een aantal nare dingen in het nieuws geweest zijn over lifters de laatste jaren, waardoor de Belgen er huiveriger tegenover staan. Ze zet ons eruit bij afrit Diest, waarvandaan een provinciale weg naar Leuven gaat. Van de liftersangst is tot op dat punt niet veel te merken, want een kleine vijf minuten later worden we al meegenomen door een schilder, ook uit Diest, die op weg is naar een plaatsje halverwege Diest en Leuven.

liften
Geen tijd om te pauzeren! En terecht, want op deze oprit bij Lummen worden we al snel meegenomen.

14:00 | Aangekomen in Sint-Joris-Winge slaat de twijfel toe. We staan al een halfuur met onze duim en een bordje ‘Leuven’ (pas ons tweede bordje na ‘Breda’) in de lucht, maar niemand neemt ons mee. Iedereen lijkt te gaan winkelen bij het Amerikaanse suburb-achtige winkelcentrum. We besluiten daarom een stuk verder te gaan staan, waar het winkelend publiek al linksaf is geslagen en enkel degenen die richting Leuven rijden overblijven. Die strategie werkt: een paar gepasseerde auto’s later worden we al meegenomen door twee zestigers. Het zijn schoonbroers. En ook deze mannen komen uit Diest, waar volgens ons de vriendelijkste mensen van België wonen. (Zou toch leuk zijn als ze elkaar allemaal kenden, of zelfs buren zijn, maar niet wisten dat ze dezelfde lifters in de auto hebben gehad?) De bijrijder is zijn hele werkende leven taaldocent geweest op een middelbare school, maar heeft onlangs een herseninfarct gehad. Daarom is hij deels verlamd en neemt zijn schoonbroer hem mee voor een dagje naar Leuven: naar een grote boekhandel wegens zijn passie voor boeken. Hij weet ons onderweg trots te vertellen dat een van de vele titels van de Nederlandse koningin ‘de Barones van Diest’ is. Het stadje heeft door haar historisch verleden nauwe banden met het huis van Nassau en profileert zich nog steeds als Oranjestad. Weer wat geleerd.

15:00 | Gelukkig voor ons is de boekhandel in hartje Leuven, waardoor we na slechts vierenhalf uur en in vijf liften op onze eindbestemming staan. We eten snel een broodje in een café en passeren later een boekhandel waar we de twee mannen zien afrekenen. We zwaaien. De bijrijder kijkt ons verbaasd aan, want die heeft ons eigenlijk nooit goed kunnen zien omdat we achterin zaten en hij zich niet kon omdraaien. Als zijn schoonbroer hem influistert wie we zijn, zwaait ook hij enthousiast terug. Lieve mensen, die bewoners van Diest. Misschien toch iets met het Oranjeverleden.

00:00 | Die nacht genieten we van het Leuvense uitgaansleven, ondanks dat de studenten het hier behoorlijk laten afweten door de ‘blokperiode’. Ze krijgen alle tentamens van het eerste semester in één keer. In de prachtige universiteitsbibliotheek is het daarom stukken levendiger dan op de Oude Markt, waar zich de langste bar van Europa bevindt. ‘Morgen om zes uur zitten we weer in de UB,’ vertelt een jongen van een groepje die we ’s avonds vragen of ze nog uitgaan vanavond. Toch concentreert de drukte zich na twaalven in club Barvista, waar we ons nog enorm weten te vermaken. We komen nog net niet de studenten op weg naar de UB weer tegen ’s morgens.

De volgende dag | Tijd om terug te gaan. We zien er iets minder fris uit dan gister, maar dat blijkt niet uit te maken. We kiezen een strategische plek op weg naar Antwerpen om te gaan staan en worden – wederom – in vijf liften naar huis meegenomen. Nog sneller dan op de heenweg zelfs: in drie uur en driekwartier staan we weer bij onze fietsen op het Amstelstation. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat we op deze dag ook wat spannendere ritjes hebben: onder andere met een wietdealer die vroeg of we geen undercover politie waren, die door zijn vader op jonge leeftijd werd verlaten en in de tweede klas gestopt was met school; én met een jongeman waarvan de auto een half uit elkaar gevallen koekblik was, die in een vechtscheiding verkeert, die zijn twee jaar oude dochtertje nooit mag zien en die door de AIVD in de gaten wordt gehouden omdat zijn broer in Syrië zit. En ik maar denken dat Hello Goodbye actief op zoek moest gaan naar bijzondere verhalen!

Dit waren misschien ritten waar we afgegaan op onze vooroordelen niet hadden moeten instappen, maar deze chauffeurs vertelden zo openlijk hun verhaal dat ik juist deze ritten niet had willen missen. Als je erg bang bent aangelegd moet je er misschien helemaal niet aan beginnen. Liften is per slot van rekening een onvermijdelijk spel van vooroordelen. Zowel voor de chauffeur als de lifter.


Ben jij al #GEOGRAAF? Met dit abonnement krijg je een aantal extra diensten en een speciaal voor ons ontworpen katoenen tas voor slechts 1 euro per maand. Meer info vind je hier.


 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s