Een staat die er nooit kwam – Drie generaties Molukkers in Nederland

In de aanbevelingen van zijn bachelorscriptie schreef Joost (23) dat vervolgonderzoek naar de identiteit van Molukkers vanuit cultureel geografisch perspectief nodig was. Twee jaar later is dat vervolgonderzoek druk aan de gang. Uit eigen initiatief weliswaar, als onderdeel van zijn masterscriptie culturele geografie. De interesse van Joost komt voort uit zijn eigen achtergrond. Hij is een derde generatie Molukker, gezien zijn vader van Molukse komaf is. Daarnaast vindt hij een onderzoek naar de Molukse gemeenschap belangrijk, omdat hij opmerkt dat hier veel onwetendheid over heerst.

‘In mijn bachelorscriptie onderzocht ik de Molukse gemeenschap in Assen,’ vertelt Joost. ‘Nu richt ik me op de gemeenschap in Bovensmilde, net ten zuiden van Assen.’ Zijn bachelorscriptie ging in op de vraag hoe Molukse jongeren uit de derde generatie hun identiteit beleven. Dit onderzoek was een kwalitatief onderzoek, waarbij hij zowel jongeren die binnen als buiten de Molukse wijk wonen heeft geïnterviewd. Een belangrijke uitkomst was dat de hoeveelheid contact met de Molukse gemeenschap belangrijk is voor het Molukse identiteitsgevoel. Wat Joost intrigeerde, was het feit dat sommige jongeren aangeven zich alleen thuis te voelen op de Molukken, een eilandengroep in het oosten van Indonesië.

Molukse wijken
Doordat de eerste grote groepen Molukkers in de jaren ’50 naar Nederland kwamen, een tijd waarin enorme woningschaarste bestond, vestigden zij zich vaak in voormalige doorgangskampen uit de Tweede Wereldoorlog. Zo ook in (voormalig) kamp Westerbork, wat met de komst van de Molukkers ‘kamp Schattenberg’ werd genoemd. Omdat het tijdelijke verblijf van de Molukkers uiteindelijk niet meer tijdelijk bleek te zijn, werden er speciale wijken voor Molukkers gebouwd. Dit gebeurde met name in het noorden, oosten en zuiden van het land. Zo ook in de Drentse hoofdstad Assen, om de Molukken uit het nabijgelegen kamp Schattenberg op te vangen. Aangezien er in de nieuwe wijk in Assen niet genoeg plek was voor iedereen uit het kamp verhuisde een deel ervan uiteindelijk naar een wijk in een dorp vlakbij de stad: Bovensmilde.

De Molukse wijken zijn tot op de dag van vandaag erg homogeen, wat vrij uniek is in Nederland. Met name doordat deze bewust voor één bevolkingsgroep zijn gebouwd. Zeker aangezien er tegenwoordig juist ingezet wordt op gemengde wijken. Toch bestaan er nog steeds speciale overdrachtsregelingen die Molukkers bij een leegstaand huis voorrang geven om in de wijk te gaan wonen.

Radicalisering  
In de jaren ’70 en ‘80, toen de tweede generatie Molukkers een volwassen leeftijd bereikte, heerste er veel onvrede onder de Molukkers. Ze werden niet erg goed behandeld in Nederland. De militaire status van hun ouders, die met de Nederlanders hadden meegevochten in Indonesië, werd van ze afgenomen. Ook mochten de Molukkers niet werken, en daarnaast heersten er slechte omstandigheden in de ‘woonoorden’. Veel Molukkers hingen de RMS – Republik Maluku Selatan – aan: een onafhankelijk Moluks land. De Molukkers kwamen in eerste instantie tijdelijk naar Nederland, omdat de Nederlandse regering had beloofd dat zij op de Molukken hun eigen staat zouden krijgen. Nadat zij een generatie hadden gewacht op de inlossing van de beloften, waren vooral jongeren de uitzichtloze situatie zat en gingen radicaliseren. Het resulteerde in 1977 in een schoolgijzeling in Bovensmilde. Toen drongen vier Molukse jongeren de lagere school binnen en gijzelden alle leerlingen en docenten. De gijzeling werd drie weken later beëindigd, zonder doden.

De gijzeling vond tegelijkertijd plaats met de treinkaping bij De Punt, eveneens in de provincie Drenthe. Door negen gewapende Molukkers werd een intercity gekaapt en tot stilstand gebracht. Tegelijk met de schoolgijzeling werd de kaping beëindigd middels een militaire bestorming. De kaping kostte twee gegijzelden en zes kapers het leven. Ook vandaag de dag is dit onderwerp nog springlevend, omdat leden van de Molukse gemeenschap deze tegenaanval zien als moord.

‘Sense of place’              
De keuze voor Bovensmilde is gezien de roerige historie niet willekeurig. Het proces dat de wijken langzaamaan heterogener worden was voor Joost aanleiding om het onderzoek te starten. Doordat de wijken vaak in perifere gebieden van het land liggen hebben ook deze wijken te maken met het vertrek van (veelal jonge) bewoners naar de Nederlandse steden. Het komt steeds vaker voor dat de leegstaande huizen worden opgevuld met niet-Molukse bewoners. Onder sommige achterblijvers wakkert dit een gevoel van nostalgie aan: een identiteit die gekoesterd dient te worden, een verlangen naar de beloofde staat RMS.

De directe aanleiding van Joosts onderzoek was een huis dat beklad werd in een Molukse wijk in Hoogeveen in 2014: ‘Molukse wijk – alleen Molukkers’ stond daarop geschreven. Een mening die natuurlijk lang niet door alle Molukkers wordt onderschreven. Toch maakte het Joost nieuwsgierig hoe er in de Molukse wijken wordt gekeken naar de eigen identiteit en de komst van nieuwe bewoners. Dit doet hij door te onderzoeken of de ‘sense of place’ vooral progressief of reactionair is: progressief als de respondent de veranderingen als een vooruitgang ziet, reactionair als de respondent de situatie (uit het verleden) wilt behouden. Eerst voerde hij daarvoor gesprekken met enkele prominente bewoners van de Molukse wijk in Bovensmilde: bewoners die op wat voor manier dan ook een voorbeeld- of zeggenschapsfunctie hebben waardoor ze veel van de wijk af weten of er invloed op uitoefenen. Ook sprak hij met iemand van de woningcorporatie. Op basis hiervan maakt hij momenteel enquêtes waarmee hij het komend halfjaar door de wijk zal gaan. Daarbij wordt niemand overgeslagen. ‘Er zijn zo’n 140 huishoudens in de buurt en ik wil iedereen ouder dan 18 jaar een enquête laten invullen. Vervolgens laat ik er een kwantitatieve analyse op los. Daarnaast zal een focusgroep plaatsvinden, om te kijken welke rol groepsdynamiek speelt bij dit onderwerp.’

Anders 
Joost dacht dat hij zijn Molukse achtergrond mee zou hebben in het onderzoek, maar dat blijkt niet helemaal het geval. ‘Ik ben me er des te meer van bewust dat ik heel anders opgegroeid ben. Ik ben geboren en getogen in Castricum. De meest nabijgelegen Molukse wijk bevindt zich in Wormerveer, waar ik zelf nog nooit geweest ben. Het voelt echter wel heel vertrouwd in de Molukse wijk in Bovensmilde. Ze verwennen me altijd enorm met eten. Ze willen je volstouwen met allemaal zelfgemaakte hapjes, terwijl ik natuurlijk in mijn rol als onderzoeker moet blijven. Je wilt er zo neutraal mogelijk instaan. Je kunt dus niet onder het genot van een hapje en drankje je hele onderzoek prijs gaan geven. Ik wil vooral luisteren, niet praten.’

Wordt vervolgd.

Joost studeerde van 2011 tot 2015 Sociale geografie en Planologie aan de Universiteit van Amsterdam. Het eerste semester van het collegejaar 2014/2015 studeerde hij aan de Univerzita Karlova in Praag. Het tweede semester van dat collegejaar liep hij stage bij Amsterdam Marketing. Na zijn bachelor begon hij met de master Culturele geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij zijn scriptie voor de zomer hoopt af te ronden. Heb je een vraag voor Joost? Vraag zijn contactgegevens via onderstaand formulier aan. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s