Namibië: vijftig tinten zand

Ik zit achterin een busje bij de Zimbabwaanse chauffeur Johannes, een zorgzame man die ons veel weet te vertellen over de volkeren in Zuidelijk Afrika. We rijden met hem mee vanuit Zuid-Afrika. Al snel nadat we de Namibische grens oversteken begint het landschap te veranderen. De savanne vloeit over in een rotsachtige woestijn. Er groeit hier helemaal niets. Toch is er in dit kale landschap veel natuurschoon te bewonderen.

In het zuiden van het land ligt de grootste canyon van Afrika: de Fish River Canyon. Dit is liefde op het eerste gezicht. Deze prachtige kloof wordt magisch verlicht door de opkomende zon, één van die bijna buitenaardse reiservaringen die je je voor altijd zult blijven herinneren. Wie na dit schouwspel nog steeds niet verliefd is op het Namibische landschap zal dat wel zijn na een bezoek aan de Deadvlei: een duizenden jaren oude woestijn met een karakteristiek landschap. Vijftig tinten zand.

De bewoonde wereld
In het uitgestrekte woestijnland zie ik dagenlang nauwelijks locals. Namibië is niet voor niets het dunst bevolkte land ter wereld na Mongolië. Tot nu toe heb ik onderweg alleen maar toeristen ontmoet en daarom raak ik des te meer benieuwd naar de steden, doorgaans hotspots van cultuur, van levendigheid en vooral van mensenmassa’s.

Als we na dagen in het desolate maanlandschap de stad naderen, zien we als een soort fata morgana plotseling een trein door de woestijn rijden. Het eerste teken van de naderende beschaving, de bewoonde wereld. De eerste stad op de route is een voorstad van Swakopmund, Walvisbaai genaamd. Het is er erg rustig, bijna doods. Wat opvalt zijn de teksten die deels in het Afrikaans en deels in het Duits geschreven zijn. Een overduidelijk teken van de Duitse overheersing, aangezien Namibië van 1884 tot 1919 een kolonie was van het Duitse Rijk.

Verlaten badplaats
Even later rijden we richting de zee om naar grote groepen flamingo’s te kijken. Onze aandacht wordt echter vooral getrokken door iets wat achter ons ligt. Aan de boulevard staan prachtige villa’s die qua allure en omvang niet onderdoen voor de villa’s in ’t Gooi. Na wat gegoogle komen we er achter dat deze paleizen slechts rond de 150.000 euro kosten.

Als we hierna doorrijden naar Swakopmund zit ik aan het raam gekluisterd. De stad heeft een vreemde uitstraling. De wegen zijn overdreven breed en de huizen zijn allemaal gebouwd in de oud-Duitse stijl. De straatnamen zijn in het Duits geschreven, de lucht is ziltig en er trekt een lichte mist door de straten door de ligging aan zee. Maar wat toch echt het meest opvalt is dat er bijna niemand op straat is. Je krijgt de indruk dat je terecht bent gekomen in een verlaten Duitse badplaats, die tegelijk ook de achtergrond van een dramaserie is. Niet echt de hotspot van cultuur, levendigheid en mensenmassa’s waar ik op gehoopt had dus. Onwerkelijk om je te bedenken dat het rustige Swakopmund de meest toeristische stad van Namibië is.

Freek Vonk
Als we vanuit Swakopmund naar het noorden rijden verandert het landschap langzaam naar savanne. Er groeien kleine bomen en struiken. Ook de eerste dieren laten zich zien. Onderweg naar Etosha National Park rent er een enthousiaste zebra mee met ons busje en in de verte zijn er groepjes giraffes te bewonderen. We komen verschillende inheemse stammen tegen, waaronder de Bushmen. Rond deze stam gaat het gerucht dat ze een van de eerste mensen op aarde waren.

Terwijl we in de lokale kliktaal les krijgen over overleven in de savanne, lijkt het vreemde Swakopmund een heel andere wereld die we al ver achter ons hebben gelaten. Hier is niks te zien van het Duitse kolonialisme. Dit is het echte Afrika. Het park is een groot, beschermd natuurgebied in het noorden van het land, vlakbij de grens met Angola. Dit park huisvest ‘the big five’ en vele anderen prachtige dieren. Als een echte Freek Vonk zit ik uren ’s nachts bij de waterput en cross ik met zonsopgang door het park op zoek naar alle dieren. Hier kan ik gemakkelijk een nachtje slaap voor missen.

etosha-national-park
Olifanten in Etosha National Park.

Windhoek
Onze laatste stop in Namibië voordat we onze reis voortzetten in Botswana is de hoofdstad Windhoek, die slechts 325.000 inwoners telt. Windhoek lijkt op het eerste gezicht op een doodnormale en rustige Europese stad met een centrum en industrie aan de stadsranden, maar als we die avond uit eten willen gaan krijgen we een waarschuwing. Ondanks dat het restaurant maar 600 meter lopen is, wordt ons met klem aangeraden om met een taxi te gaan. Windhoek staat bekend om zijn vele overvallen op blanke toeristen.

De laatste uren in Namibië breken aan. Botswana wacht op ons, maar Namibië zal ik niet vergeten. Het heeft een ongewone situatie gecreëerd die het bezoek zo bijzonder maakte: enerzijds kent het land eindeloze ongerepte en onbewoonde vlakten, waar je na het bezoek hieraan – puur als toerist bezien – de steden gemakkelijk kunt overslaan. Maar de geograaf in mij vindt juist de tegenstelling tussen beide werelden zo interessant. Het totaal onwerkelijke en ongemakkelijke gevoel dat ik bij de steden kreeg maakten ze toch het bezoek waard. Maar terug hoef ik er niet te komen.

[Foto’s Swakopmund: Tscherno.]


Afgelopen zomer maakte Rinke met vriendin Tara een reis door Zuidelijk Afrika waarbij Zuid-Afrika, Namibië, Botswana en Zambia bezocht werden. Het meest bijzondere land vond Rinke Namibië.

Rinke studeert sinds 2014 Sociale Geografie en Planologie aan de Universiteit van Amsterdam. Dit collegejaar is ze vice-voorzitter van studievereniging Sarphati. Heb je een vraag voor Rinke? Vraag haar contactgegevens aan via onderstaand formulier.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s